Roosterergonomie

Ergonomie
Ergonomie komt in alle werkterreinen voor dus ook bij het roosteren. Doelstelling van ergonomisch roosteren is het hebben van inzichten in de oorzaken van het ontstaan van gezondheids- of sociale problemen en in de rooster maatregelen die genomen kunnen worden om de klachten te voorkomen. Ondanks alle aandacht voor arbeidsomstandigheden en ergonomie is er nog steeds sprake van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid die door het werk wordt veroorzaakt. Dit verzuim ontstaat doordat de balans ontbreekt tussen wat mensen moeten uitvoeren in hun werk (de werkbelasting) en wat mensen kunnen uitvoeren (de belastbaarheid). Het rooster stelt steeds hogere eisen aan mensen (langere diensten, werktempo en werkdruk) en het werk kan veranderen van karakter (minder variatie, meer repeterende acties).
Naast de veranderingen in het werk, verandert ook de techniek: nieuwe hulpmiddelen ontstaan en nieuwe technologieën vinden hun weg naar de (kantoor)werkplek. Werken buiten de kantooruren heeft echter zowel positieve als negatieve aspecten. Als positieve aspecten noemen ploegenwerkers dat men bijvoorbeeld regelmatig overdag vrij is op doordeweekse dagen. waardoor men dingen kan doen die voor mensen met een dag dienstrooster normaal gesproken lastiger zijn te realiseren, zoals winkelen of bezoek aan de huisarts en het van school halen van de kinderen. Andere voordelen zijn de financiële toeslag en de grotere autonomie op het werk tijdens de avond en nachturen. De negatieve aspecten van het roosteren kunnen gegroepeerd worden in drie categorieën:

Gezondheidsrisico’s:

Veel lichaamsfuncties hebben een regelmatig cyclisch patroon in de vorm van een 24-uursritme. Lichaamstemperatuur, hormoon huishouding, spijsvertering, hartslag en ademhaling gaan met de regelmaat van de klok. Overdag in actie en ’s nachts in een ruststand. ’s Avonds wordt de stof melatonine aangemaakt waardoor je slaperig wordt waarna je vanzelf inslaapt. De slaapperiode is een herstelperiode van het werk overdag. Behalve op zulke interne factoren reageert het dagnachtritme ook op externe impulsen (bijvoorbeeld donker, 8-uur journaal…). Dit regelmatige cyclische patroon wordt wel het “circadiane” ritme genoemd of de biologische klok. Dit dag- nachtritme van de mens zorgt ervoor dat het lichaam in de loop van de dag verschillend functioneert. Een goed biologisch ritme zorgt ervoor dat de mens zich in de loop van de dag lekker voelt, dat men zich overdag en niet ‘s nachts actief voelt en dat men zich op tijden dat men aan slaap toe is ook slaperig voelt.
Mensen werken over het algemeen overdag, het vertier speelt zich meer in de avond af en er zijn min of meer vast tijden voor het eten en het slapen. In de wetenschap worden dit de synchronisers’ of ‘Zeitgebers’ genoemd. Daardoor vormt zich hij de mensen wat men wel het ‘tijdsbewustzijn noemt. Wanneer deze inwendige en uitwendige factoren niet op elkaar zijn afgestemd (desynchronisatie en dissociatie), kunnen er problemen ontstaan. In een periode van arbeid gedurende de nacht wordt dit ritme verstoord, omdat de slaap/waakcyclus wordt omgekeerd. De lichamelijke functies passen zich niet of niet helemaal aan deze omgekeerde slaap/waakcyclus aan. Dit gebrek aan aanpassing van het circadiane ritme veroorzaakt problemen met de gezondheid (maag- en darmstoornissen) en slaapstoornissen.

  • Slapen: Mensen die op andere tijdstippen werken slapen korter en minder effectief dan mensen die ‘s nachts slapen. De slaapkwaliteit wordt dus minder en slaapt men over het algemeen korter. De nacht- of ploegenwerker kan niet gemakkelijk inslapen, hij slaapt niet rustig en hij wordt vroeger wakker dan de bedoeling was. Verder is men moe. ondanks het feit dat men ‘voldoende’ slaapt.
  • Spijsvertering: Wie ‘s nachts werkt, eet veelal ook ‘s nachts. Vaak krijgt het lichaam dan meer dan het tijdens nachtelijke uren kan verwerken (de spijsvertering rust namelijk ’s nachts ) . Hierdoor treden tijdens en na de dienstperiodes waarin veel in de nacht is gewerkt vaak spijsvertering- en darmklachten op.
  • Inspanning: Werknemers blijken tijdens de nacht minder goed tegen werkdruk bestand te voelen en tevens is de concentratie lager. Er wordt sneller bij overigens gelijke prestaties stress ervaren dan overdag. De inspanning die voor die prestatie moet worden geleverd zal tijdens het nachtvenster groter zijn dan tijdens het dagvenster. Oorzaak hiervan is dat ‘s nachts het bloed een lager zuurstofgehalte heeft. Het is niet ondenkbaar dat de voortdurende verstoring van de biologische klok als gevolg van de tijden waarop mensen werken op de lange termijn schadelijke gevolgen kan hebben voor de gezondheid. Dergelijke effecten zouden zich bijvoorbeeld kunnen uiten in een verhoogd ziekteverzuim of zelfs een verkorte levensverwachting.

 

Welzijnrisico’s:

Naast de gezondheidsrisico’s worden door mensen, die in ploegendienst, wisselende dienst werken of excessief overwerk, ook andere nadelen ervaren. Dit heeft te maken met het feit dat men moet werken op tijdstippen waarop anderen vrij zijn. De westerse samenleving kent (nog steeds) een gangbaar leefpatroon waarbij het normaal is wanneer men ‘s nachts slaapt, overdag werkt en de tijd na het werk besteedt aan andere zaken.

  • Sociale isolatie: Doordat het moeilijker wordt om aan deze reguliere activiteiten deel te nemen kan er een gevoel komen van sociale isolatie (Ik kan ’s avond niet met maten naar de kroeg). Het risico groeit dat medewerkers zich isoleren van de maatschappij en zich meer gaan richten op de naaste collega’s die in hetzelfde werkritme werken. Het “wereldje”wordt kleiner.
  • Sociale beperkingen: Structureel meer dan circa 44 uur werken leidt tot verminderde beschikbaarheid voor huishoudelijke en zorgtaken. Dit kan leiden tot privéconflicten. Bovendien hebben overwerkende Nederlanders meer tijd nodig om zich na werktijd te herstellen. Een op de tien werknemers heeft een conflict tussen werk en thuis. Het kan hierbij zowel gaan om privéafspraken die door overwerk moeten worden afgezegd. als om het verslappen van aandacht op het werk door bijvoorbeeld het zich zorgen maken over een ziek familielid.
  • Verminderde ontwikkelkansen: De meeste reguliere opleidingen en trainingen worden tijdens reguliere werktijden gegeven. Indien medewerkers (ploegen)diensten draaien die hiermee slecht corresponderen ontstaat er een hoger risico dat de ontwikkeling achterblijft. Er zal meer geregeld moeten worden om deel te kunnen nemen aan dit soort activiteiten.
  • Voorzieningen en faciliteiten: In de eerste plaats hebben die betrekking op vervoer; werkers op “lastige”tijdstippen reizen op momenten dat openbaar vervoer niet altijd of minder beschikbaar is. Tevens is het dan vaak donker en leeg wat een gevoel van onveiligheid geeft. Een bekend voorbeeld is de donkere parkeerplaats die door vrouwelijke medewerkers overgestoken moet worden om bij de auto te komen. Voor deze laatste problematiek zijn echter goede oplossingen beschikbaar (goede verlichting, kantine continue open, eigen vervoermogelijkheden..)

 

Veiligheidrisico’s:

Een ander element bij lange werkdagen of structureel overwerken is de relatie met arbeidsveiligheid. De risico’s worden groter als arbeid in ploegendienst wordt gecombineerd met overwerk of bij langere diensten. Het ongevalrisico is bijvoorbeeld bij diensten met een begintijd van 14.00 uur of 22:00 uur hoger dan bij diensten die om 08.00 of 09:00uur beginnen. Ander onderzoek toont aan dat het relatieve ongevalrisico sterk toeneemt na het negende arbeidsuur per dag. Voorbeelden zijn vermoeidheidklachten bij piloten op lange intercontinentale vluchten of chauffeurs die “dweilen” over de weg. Naast vermoeidheid is er door een verminderde concentratie, de langere reactietijd gedurende de nacht een grotere kans op bedrijfsongevallen. Dit geldt des te meer voor situaties van meervoudige belasting (bijvoorbeeld ‘s nachts werken onder omstandigheden met veel hitte en lawaai)
De laatste jaren is hierdoor meer onderzoek verricht op het fenomeen “Fatique Risk Management”. Het is een nieuwe vorm van het bestrijden van vermoeidheidrisico’s wat zich richt op het voorkomen van incidenten die door vermoeidheid worden veroorzaakt. Het model gaat van het uitgangspunt dat voordat een vermoeidheid incident plaatsvindt, er al een opeenvolging van situaties en symptomen hebben plaatsgevonden. Om deze symptomen te bestrijden wordt er niet alleen maar regels opgesteld over het maximum aantal werkuren en minimum aantel rusttijden maar aanbevelingen over leefstijlen

Samenvatting ergonomie

Dienstkenmerk Klacht
Vroege dienst Verkorte slaap bij een te vroege start. Geen mentale of fysieke rust
Hogere veiligheidrisico’s
Avonddienst (einde na 24:00 uur) Verstoring van biologische klok
Slaapklachten
Spijsvertering klachten
Humeurigheid
Nachtdienst Verstoring van biologische klok
Slaapklachten
Spijsvertering klachten
Humeurigheid
Consignatie (nachtelijke uren) Afhankelijk van aantal oproepen
Afhankelijk van de lengte van oproepen
Verstoring van biologische klok
Onzekerheid (wel of geen oproep)
Gebroken dienst Afhankelijk van de totale dienstlengte
Afhankelijk van totaal aantal arbeidsuren
Verstoring van biologische klok
Beperking sociale interactie (feestjes, privé,..)
Lange dienstduur Te grote werkbelasting
Hogere veiligheidsrisico’s
Avonddienst Beperking sociale interactie (feestjes, privé..)
Weekenddienst Beperking sociale interactie (feestjes, privé, kerk..)
Achterwaartse rotatie Te weinig herstelmogelijkheden/rustperiode
Aanpassing moeizamer
Voorwaartse rotatie Hersteltijd gaat vaak ten koste van vrije tijd
Veel diensten achter elkaar Opstapeling van werkbelasting en vermoeidheid
Slechte spreiding werk- en vrije tijd
Hogere veiligheidsrisico aan einde blok
Losse diensten Onregelmatig en onvoorspelbaar
Variabele arbeidstijden Onregelmatig en onvoorspelbaar

Persoonlijke en situationele afhankelijkheden

Het werken in wisselende diensten vormen risico’s voor medewerkers; daarmee is echter niet gezegd dat elke medewerker deze ongemakken ervaart en in dezelfde mate ervaart. Studies laten zien dat er grote verschillen zijn tussen verschillende personen. Los van de concrete invulling van een rooster spelen aspecten als leeftijd, gezondheid, privé situatie, culturele achtergrond een zeer duidelijke rol. Een ander aspect wat ook het optreden van de risico’s beïnvloed is dat feit medewerkers vaak zelf een duidelijke voorkeur hebben voor bepaalde diensten. Door deze natuurlijke selectie zal het risico vaal lager zijn. Het risico zal uiteraard veel hoger zijn als medewerkers met bepaalde aversie tegen een bepaalde dienst toch in die dienst geroosterd worden.
Een ander persoonlijk aspect is de wijze waarop medewerkers omgaan met de ongemakken. Om beter weerstand te bieden gaan ze vaak vanzelf een aantal strategieën toepassen waardoor een aantal ongemakken minder optreden. Dit kan echter andere ongemakken echter versterken. Bijvoorbeeld bij een nachtdienst overdag je rustig houden en geen alcohol nuttigen. Dit heeft een positieve invloed op de gezondheidsrisico’s maar een negatieve impact op de welzijnrisico’s

Naast de persoonlijke afhankelijkheden is er ook een afhankelijkheid van de werkomstandigheden. Er is een duidelijk verschil in belasting tussen werken tussen een rustige bureau omgeving versus een drukke, hete en hectische productielocatie. Afhankelijk van de situatie kunnen bepaalde risico’s versterkt of verzwakt worden.

Tips en trucs

Wetende de verschillende risico’s zijn er verschillende punten waar rekening mee gehouden kan worden tijdens het ontwerp van een rooster; het zogenaamd “Gezond roosteren”. Gezond roosteren is het maken van roosters waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de effecten van de werktijden voor de gezondheid en het sociale leven van de medewerkers. Het lijkt een open deur dat er gezond geroosterd moet worden maar in de praktijk blijkt het dikwijls moeilijk om een goede balans te vinden tussen de verschillende belangen. Ook de belangen van de medewerker(s) zijn vaak niet duidelijk of zelfs tegenstrijdig.

Aantal dienstsoorten:

Hoe meer verschillende dienstsoorten , hoe onvoorspelbaarder het rooster. Dat kan leiden tot problemen bij het plannen van (sociale) afspraken of andere bezigheden. Tevens leiden meer dienstsoorten tot onregelmatigheid van het rooster: de werknemers moeten zich frequent aanpassen aan het veranderende werkritme.

Hoeveelheid nachtwerk:

Velen ervaren de avonddienst niet als erg bezwaarlijk. Slaapklachten zijn over het algemeen afwezig en de slaap tijdens periodes met avonddiensten lijkt sterk op die tijdens vrije dagen. Wel leiden avonddiensten tot sociale klachten en beperkingen in de vrijetijdsbesteding. Voornamelijk bij de avonddienst kunnen de voordelen opwegen tegen de nadelen: de avonddienstperiode kan worden gebruikt om uit te rusten van een zware periode in het rooster en resulteert in veel vrije tijd overdag.
Nachtdiensten worden meestal als het meest bezwaarlijk beoordeeld. Werken in de nachtdienst is tegengesteld aan het reguliere bioritme met de daarbij horende klachten. Aangezien de meeste nachtdiensten om 22:00 – 23.00 uur beginnen, worden er geen activiteiten meer ontplooid tijdens de vrije avond.

Dienstlengte:

De kans op vergissingen en ongelukken neemt doorgaans toe na het achtste werkuur en na drie lange werkdagen vooral als er sprake is van lichamelijk zwaar werk. Een nachtdienst moet in dit verband worden beschouwd als een lichamelijk verzwarende factor. Lange nachtdiensten leiden over het algemeen tot sterkere verstoringen van het bioritme dan normale nachtdiensten. Bij frequent voorkomende extreem lange diensten worden medewerkers vaker ziekte, vooral als gevolg van een hogere frequentie van ongevallen en vermoeidheid.
Halve diensten of korte diensten zijn vanuit het oogpunt van de belasting van individuele werknemers weinig problematisch. Om echter aan de jaaruren van de mensen te komen, zal dit leiden tot een meerdere diensten, waardoor men minder vrije dagen heeft. Vaak wordt dan ook gekozen voor langere diensten.

Wisselcyclus:

Ploegendienstroosters en de meeste roosters voor onregelmatige diensten herhalen zich na een aantal weken. Dit aantal geeft de lengte van de wisselcyclus aan. De cycluslengte is indicatief voor de complexiteit van een rooster. Bij een grote lengte wordt een rooster meer complex en dus minder voorspelbaar. Een ploegenwerker en diens familie kennen een lange roostercyclus minder snel uit het hoofd en afspraken in de vrije tijd zijn dus lastiger te plannen zonder het rooster erbij te nemen.

Arbeidstijd:

De regel is hoe meer er gemiddeld word gewerkt per week hoe meer impact er is op rusttijd en vrije tijd. De noodzaak van voldoende hersteltijd, en dus van een kortere gemiddelde arbeidstijd is dus navenant. Dat is exact de reden waarom in de Arbeidstijdenwet hierover afspraken zijn gemaakt.

Reekslengte:

Er is vaker een voorkeur voor werken in lange reeksen. Dit leidt immers tot een relatief langere periode vrije tijd tussen de reeksen. De vrije periode kan dan voor privé doeleinden worden gebruikt. De reekslengte heeft dus impact op het bioritme. Na een lange reeks nachtdiensten is biologische klok zodanig ontregeld, dat een relatief groot deel van de volgende vrije periode nodig is om te herstellen naar een normaal ritme. Kortere reekslengtes (3 a 4) zijn dus dan ook te prefereren boven langere reekslengtes (5 of meer diensten achter elkaar).

Rotatiesnelheid en bloklengte:

Reeksen van aaneen gesloten diensten kunnen blokken van verschillende dienstsoorten omvatten. De rotatiesnelheid verwijst naar het tempo waarin verschillende dienstsoorten elkaar opvolgen. Een reeks met één ochtenddienst, gevolgd door één avonddienst gevolgd door één nachtdienst is een voorbeeld van een snel rotatiesnelheid. Een snelle rotatie in de reeks zorgt ervoor dat normale biologische ritme zoveel mogelijk overeind blijft (minder risico’s) Een ander voordeel is dat tijdens de korte reeks nachtdiensten geen groot slaaptekort wordt opgebouwd. Het is dus raadzaam om de belastende diensten in een blok te beperken tot 3 â 4 diensten achter elkaar van dezelfde soort. Daarmee is een gematigd snelle rotatie gerealiseerd en wordt een opeenhoping van vermoeidheid voorkomen.

Rotatierichting:

Rotatierichting heeft betrekking op de wijze waarop verschillende diensten in het rooster elkaar afwisselen. Het is ‘voorwaarts’ als de begintijdstippen van twee opeenvolgende diensten 24 uur of meer van elkaar liggen (bijvoorbeeld: men moet op maandag om 07:00 uur beginnen voor een ochtenddienst en de dag erop [dinsdag] om 15.00 uur voor een middagdienst. Wanneer de begintijdstippen minder dan 24 uur van elkaar liggen wordt gesproken van een ‘achterwaartse’ rotatie (bijvoorbeeld: op dinsdag om 15:00 uur beginnen met een middagdienst en de dag erop om 06:00 uur met een ochtenddienst). Het heeft tot gevolg dat er minder rusttijd aanwezig is tussen twee opeenvolgende diensten.
Veel medewerkers geven de voorkeur aan achterwaarts roteren omdat dit het vrije weekend verlengt (bijvoorbeeld vrijdag na de ochtenddienst stoppen en pas maandagnacht starten). Ook vindt men het in de regel moeilijk om na een lange reeks nachten over te schakelen op vroeg starten. Omdat de biologische klok een 24-uursritme kent vergt voorwaarts roteren binnen reeksen minder aanpassing dan achterwaarts roteren. Een belangrijkere reden voor voorwaarts roteren is dat voorwaartse rotatie binnen reeksen in snel roterende roosters de hersteltijd tussen diensten verlengt tot minimaal 2, uur terwijl achterwaartse rotatie binnen reeksen vaak leidt tot een hersteltijd tussen diensten van circa 8 uur (korte overstap). Er is dan ook een voorkeur voor een voorwaartse rotatierichting. Een veelgehoorde klacht van medewerkers is dat het moeilijk is om vanuit een lange reeks nachtdiensten over te schakelen naar vroege diensten omdat het niet lukt om op tijd vroeg te gaan slapen.

Regelmaat:

Als dienstsoorten snel afwisselen, bijvoorbeeld twee vroege diensten, gevolgd door twee late diensten en twee nachtdiensten, dan neemt de onregelmatigheid van een rooster toe. Er kan dubbele onregelmatigheid ontstaan als bijvoorbeeld iedere dag een andere begintijd kent of als het aantal losse vrije dagen in een rooster toeneemt. Roosters in de transportsector en in de gezondheidszorg kennen frequente wisselingen binnen reeksen, omdat zij zijn gebaseerd op een steeds wisselende bezettingsbehoefte. De voorspelbaarheid van dergelijke roosters is laag, wat complicaties kan opleveren voor het sociale leven. Plotselinge roosterwijzigingen kunnen de situatie verergeren.

Weekenddienst:

De weekenddienst levert geen extra gezondheidsrisico’s op. Echter veel sociale activiteiten spelen zich af in het weekend waaraan niet deelgenomen kan worden. Er wordt verschillend gedacht over werken in het gehele weekend danwel gebroken weekenden. Tevens speelt mee dat voor weekenden veelal aparte toelages worden betaald waardoor het financieel aantrekkelijk kan zijn om in het weekend te werken.

Referenties

  • FNV bondgenoten: http://www.fnv.nl
  • Arbo Jaarboek 2009 Kluwer
  • Individueel roosteren. Kansen voor werkgevers en werknemers. Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie http://www.ncsi.nl
  • ORNET http://www.ornet.nl
  • Handboek Ergonomie P. Voskamp, P.A.M. van Scheijndel, K.J. Peereboom Kluwer 2008
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s